Slungelige Joris heeft last van ingesleten gewoonten

Met Joris gaat het gewoon goed. Maar net als veel anderen, bungelt ook het hoofd van Joris vaak als een geknakt bloempje boven zijn telefoon. En hij zit niet, hij hangt. Nu heeft hij veel nek- en rugpijn.

Met een zwaai gooit een slungelige knul zijn zware tas op de grond en laat zich op de stoel tegenover me vallen. Hij slaat zijn bleke dunne armen over elkaar en wacht onderuit gezakt af. Zijn houding is afwachtend, en het gesprek heeft even tijd nodig om op gang te komen. Lang niet alle leerlingen zitten op mijn aandacht te wachten. Joris ook niet. Maar gaandeweg vertelt hij toch wel het een en ander.

‘Zijn puberale houding remt het enthousiasme dat ik proef’

Het heeft even geduurd voordat hij gewend was aan het leven op de middelbare school. Het was  geen beste start. Hij is wat chaotisch en vergeetachtig. Nu hij weet hoe het hier werkt en wat ze van hem verwachten is het wat relaxter. Zijn cijfers zijn omhooggegaan. Eigenlijk is het bijna leuk te noemen, die school, maar de puberale houding die hij al over zich heeft remt het enthousiasme dat ik proef. Meer dan een ‘het is oké hier’ zit er niet in. Geeft niet. Ik ga naar het volgende onderwerp.

‘Geen pillen, dokters of andere poespas’

‘Hoe is het met je gezondheid?’ Joris heeft die vraag in de vragenlijst overgeslagen, maar dat was niet bewust. ‘Nou’, antwoordt hij. ‘Goed, denk ik’. Hij heeft geen pillen, dokters of andere poespas te melden, maar hij blijkt wel degelijk klachten te hebben als ik daarnaar vraag. ‘Ik heb best vaak pijn in mijn rug’, bekent hij. Ik vraag of hij zelf weet waar dat van komt. Dat heeft hij niet, maar ik heb wel een idee. Hoewel hij inmiddels iets meer rechtop zit, imiteer ik – overdreven – zijn zithouding: tussen onderrug en stoelleuning  gaapt een grote leegte.

Aan zijn lach zie ik dat hij me begrijpt. Mijn blik gaat vervolgens naar de zware rugtas, en we bespreken de manier van tillen en dragen ervan. Ook dat kan beter: namelijk niet over één schouder, zoals hij, net als veel anderen, doet. Ik peil de verdere belasting van zijn rug: met zware boodschappen hoeft hij nooit te sjouwen, maar zijn broertje van 11 draagt hij nogal eens voor de lol op zijn rug. Misschien wordt het tijd voor een ander spelletje nu dat broertje wat zwaarder wordt? ‘Ja, maar ik heb niet alleen pijn onderin mijn rug, ook hier’, en hij wijst zijn nekgebied aan.

Tja, weten is één, maar doen is twee. Ingesleten gewoonten zijn lastig te veranderen. Joris vindt het prima als ik ouders bel. ‘Dan kunnen ze me helpen herinneren’, vult hij in. ‘Want ik ga dat echt vergeten.’

‘Weten is één, maar doen is twee. Ingesleten gewoonten zijn lastig te veranderen’

Hoewel ik over de oorzaak daarvan ook slechts een vermoeden heb, schets ik hoe ik in de pauzes veel leerlingen zie hangen boven hun mobieltje. De hoofden bungelen als geknakte bloempjes over de schermen heen. De nekwervels worden te zwaar belast: nekklachten komen bij jongeren dan ook steeds vaker voor. Joris kan niet zeggen dat zijn houding veel beter is. ‘Mijn moeder zegt het ook wel eens. Maar als ik een filmpje kijk, denk ik niet aan hoe ik zit.’

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 9 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.